lettergrootte aanpassen:

Een nieuw huis


Daar zat hij dan, zijn handen gevouwen in zijn schoot. Hij bekeek alles op zijn gemak en zag de spulletjes die hem toebehoren maar nu staan ze op een plek die nieuw is voor hem. Hij kijkt naar de planten die zijn vrouw altijd met heel veel geduld van stekkie tot grote bloeiende, bijna bomen, verzorgde. Nu was er weinig van over. Zijn gedachten gingen terug naar de gesprekken met zijn dochter, dat het beter was dat Pa verzorgd moest worden, dus er moest verhuisd worden! Met de woorden : natuurlijk kom ik wel bij U langs, en natuurlijk neem ik de kinderen mee, misschien kom ik gelijk door na de hockey van Niels en anders als Anne moet tennissen kom ik U ophalen en gaan we samen een uurtje kijken. Hij had het allemaal aangehoord en zijn gedachten gingen terug naar de tijd dat zijn dochter klein was en op zijn schoot kroop ‘Pappa paardje rijden ‘. Dan schaterde zij van plezier en wilde zij dat Pappa haar uit één van haar favorieten boekjes een verhaaltje ging voorlezen. Zijn dochter, een onbevangen en vrolijk meisje, altijd met vriendinnetjes in de weer. 

Zijn kantoor hing vol met kindertekeningen van haar en vol trots liet hij dat dan aan een ieder zien die zijn kantoor binnenging. De tijd was snel gegaan, de meest moeilijke periode was toen zijn vrouw overleed. Gelukkig heeft ze geen ziekbed gehad en hij kon met liefde aan hun leven samen terugdenken. Met een glimlach om zijn mond keek hij naar hun trouwfoto. Toen moest hij het alleen doen, lastig maar hij sloeg zich er redelijk goed doorheen. Dan komen er allerlei mankementen om de hoek kijken en wordt het lastiger om alles nog op rolletjes te laten lopen. Ook ontmoette hij steeds minder mensen want iedereen heeft zijn eigen drukke leven. Hij wilde niet zeuren of lastig zijn, laat maar. En nu ineens zat hij hier op een harde houten stoel de omgeving in zich op te nemen met de gedachte:  ‘ik wil dit niet tussen al die oude mensen’. Ik denk dat ik de benen neem. Maar waar naar toe? Waar is mijn rollator? Plots gaat de deur van zijn kamer met een zwaai open en komt er een alleraardigste zuster binnen. ‘Goedemorgen meneer de Jager, trek in koffie’?  Een glimlach verscheen op zijn gezicht. Ach, het is goed zo.

 

Astrid van Hoek